Zoeken
 
 
home Salsipuedes Persberichten Discipelen van de salsa (krant Amigoe)
Discipelen van de salsa (krant Amigoe)

Marlon Suart en zijn vriend Gerald Fraay gaven hun maatschappelijke loopbanen op om zich fulltime op hun salsaschool te gooien, Saldipuedes. Hun werkzame leven speelt zich natuurlijk voornamelijk af als de zon al is ondergegaan. “Geen tijd voor een sociaal leven? Het is maar hoe je het bekijkt. Bestaat er iets socialers dan salsa dan?”

Marlon Suart groeide op bij St. Helena en Palu Blanku. “Het échte Curaçao”, zegt hij trots. Gerald Fraay is een kind van St. Maria. De twee kennen elkaar van school (MIL) én uit het danscircuit. “Toen was het salsacircuit nog klein en gezellig”, kijkt Fraay met nostalgie terug. “Maar in die tijd werd je als mannelijke dansliefhebber nog wél als homo gezien”, werpt Suart tegen. Het levert hem een duw van Fraay op. “Dat zeg je toch niet”, stelt de Latino. Suart haalt zijn schouders op. “Zo was het gewoon, maar daar hebben wij ons niks van aangetrokken toch?” Hij danste op Curaçao in dansgroepen als Sweet Sugar en grupo Bal Triunfa. Behalve dansen deed Suart ook aan toneel. “Ik heb nog op het toneel gestaan met beroemdheden als Eligio Melfor en Gibi Basílio. Gewéldig!” In 1989 vertrok Suart naar Nederland om te gaan studeren. Hij maakte eerst de MEAO af en ging toen naar de Politieschool. Vervolgens werd hij politieagent in Tilburg.

Gerald Fraay was in zijn jeugd al een salsa-fanatic, maar hij had nog een andere passie: beisbol. “Ik heb bij de St. Maria Pirates gespeeld, bij de St. Maria Ritz onder leiding van Frank Curiel en ook nog een poosje bij het Petromar van Shon Ki Nicasia. “Mijn oma verplichtte me om bij een folkloristische dansgroep in St. Maria te gaan. Aanvankelijk vond ik dat niet leuk, maar gaandeweg kreeg ik toch de smaak van het dansen te pakken. In mijn MIL-tijd waren er veel talentenshows. Daar kwam ik Marlon tegen en dat klikte meteen al goed.” Suart: “Curaçao was toen écht in de ban van het dansen. Er was ook heel veel talent. Er waren wel vijftig dansgroepen op het eiland destijds. Men deed er ook veel aan om jongeren aan het dansen te krijgen. Dat was natuurlijk beter dan stickies roken en rottigheid uithalen.” Gerald knikt enthousiast: “Weet je nog Marlon, met de New York Boogie Dancers?” Suart leeft op als hij er aan terug denkt. “Het was in een periode dat het breakdancen helemaal ín was, óók op Curaçao. Kwamen de goeroes van het breakdancen naar Curaçao, helemaal uit New York, maar mooi dat ze van de vloer gedansd werden door de Curaçaose jongeren. Cool hoor!”

Gerald Fraay verhuisde een jaar eerder dan Suart naar Nederland. “Ik ging in Tilburg naar de lerarenopleiding, om leraar wis- en scheikunde te worden. Tijdens die studie kwam ik in aanraking met informatica en switchte ik van opleiding: ik ging naar de Hogere Informatica School in Eindhoven. Daarna heb ik gewerkt bij verzekeraar Interpolis, als teamleider Informatica bij Ericsson om uiteindelijk terecht te komen bij EDS, waar ik doorgroeide tot projectmanager.” Suart en Fraay liepen elkaar ook in Nederland weer tegen het lijf, natuurlijk in het salsacircuit. Suart: “Kwamen we er in ons eerste gesprek achter dat we een relatie met hetzelfde meisje hadden gehad, haha. Suzanne heette ze.  Maar we namen elkaar niks kwalijk, hoor.” Daarna zagen de twee elkaar wekelijks. Fraay was namelijk DJ bij de Tilburgse discotheek Zino en Suart werd zijn grootste fan. “Op een mooie avond gingen we samen naar een salsafeest”, herinnert Suart zich. “Waren er van tevoren salsalessen en aangezien wij vroeg waren, zaten we een poosje naar zo’n les te kijken. Het was een Nederlander die les gaf en Gerald en ik keken elkaar aan met het idee ‘als die Macamba les kan geven, dan kunnen wij het zeker’. Tijdens salsafeesten kwamen er namelijk altijd wel mensen op ons af met de vraag of wij ze wat pasjes en figuren konden leren. Stonden we tijdens zo’n feest als het ware les te geven op de dansvloer. Echt, zó fanatiek dat we niet eens tijd hadden om te drinken, zodat we in de vroege uurtjes bijna flauw vielen van de uitdroging.”

Volwaardige onderneming

Een paar weken later belde Fraay zijn kameraad Suart op. Suart: “Gerald zei, ‘ik heb een locatie gevonden’. Haha. Eerst dacht ik dat hij een grapje maakte, maar dezelfde dag zijn we nog bij elkaar gaan zitten om een heel ‘businessplan’ te maken.” Fraay: “Het doel was om een man of twintig bij elkaar te krijgen voor zo’n eerste cursus. Bleek op de eerste lesdag dat we al met 55 man aan de slag moesten!” Daarna ging het hard. Puur via mond-op-mond reclame groeide het aantal cursisten met het semester. Honderd, hondervijftig, tweehonderd… “We zitten nu op 600 cursisten, verdeeld over onze salsascholen in Tilburg en den Bosch”, zegt Suart. “We hebben ook nog een tijdje in Oss cursussen gegeven, maar daar had je geen doorstroming, dus dat schoot niet op.” Saldipuedes (Salsa, je kunt het!) werd een begrip in Brabant en naarmate de tijd vorderde in heel Nederland! De naam Salsipuedes adopteerden de twee van een jeugdvriend van Fraay, Stephen Walrout, die onder die naam op Curaçao een succesvolle salsaschool had. “Eén telefoontje naar Stephen was genoeg om zijn toestemming daarvoor te krijgen”, aldus Fraay.

Walrout en Fraay zien elkaar nog regelmatig, als laatstgenoemde weer eens op Curaçao is. “Nemen we de laatste danspassen en figuren met elkaar door. Want salsa evolueert natuurlijk razendsnel. In Nederland krijgen we dansleraren uit alle windstreken op bezoek om bijgespijkerd te worden in de nieuwste salsapassen  en –figuren.”
Suart nam in 2003 afscheid van zijn job bij de politie. Fraay hield het een jaar langer vol om werk en passie te combineren. Suart: “Op een gegeven moment ging het echt niet meer. Want het is niet alleen lesgeven, er komt veel meer bij kijken als je zó groot gegroeid bent: administratie, roosters, reclame, congressen, marketing, website, e-mail, telefoontjes, workshops ontwikkelen, feesten organiseren, clinics geven bij bedrijven, noem maar op. We zijn in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een volwaardige onderneming zonder dat we er zelf erg in hadden. Om het allemaal goed te kunnen blíjven doen, móesten we ons wel fulltime voor Saldipuedes gaan inzetten.”

Suart en Fraay vinden het allemaal nog steeds fantastisch. “We hebben van onze hobby ons beroep kunnen maken”, stelt Suart. “Dat is een droom natuurlijk. Soms zie ik mijn ex-collega’s nog bij een aanrijding staan en dan zwaaien we naar elkaar. Ik denk dan altijd ‘goh, ben ik even blij dat ik dáár van af ben’. We zijn met zoiets moois bezig, weet je. Waar heel Nederland het tegenwoordig heeft over de integratieproblematiek en allochtonenbeleid gaat het bij ons allemaal vanzelf. Salsa kent geen barrières, blijkt wel. Ik vind het jammer dat ik hier nog nooit een wethouder van cultuur heb gezien, bijvoorbeeld. Kunnen ze met eigen ogen zien hoe mooi een multiculturele samenleving kan zijn. We hebben hier veel Nederlanders op cursus (Fraay: “Blanke Nederlanders, Marlon!”), Antillianen natuurlijk, maar ook Turken, Marokkanen, Chinezen, Polen, Roemenen, Dominicanen, Armenen, Russen, écht van alles wat. Maar niemand die dáár mee bezig is. Ze komen alleen maar om in een harmonieuze omgeving met elkaar te dansen.”

Danspaleis

Salsipuedes heeft al heel wat talent opgeleverd, volgens Suart en Fraay. “We hebben hier cursisten gehad die nu zelf elders in het land een salsaschool hebben. DJ Tania is bij Salsipuedes begonnen met het opzetten van CD’tjes tijdens de lessen en nu is ze een internationaal vermaarde DJ.” Fraay moet dan het gesprek afbreken. De ‘plicht’ roept. Er wacht alweer een groep cursisten. Met een grote glimlach op het gelaat begroet hij de groep. Hij heeft er weer zin in.

Het succes van Suart en Fraay heeft echter ook een keerzijde. Een sociaal leven zit er niet in. Suart: “Sociaal leven? Er is niks socialers dan salsa, toch? Maar inderdaad, een huisje-boompje-beestje leven zit er niet in voor ons. Maar daar zijn we ook niet op uit. We hebben het prachtig voor elkaar, vind ik. Waar dit heengaat? Geen idee. Maar ik weet wél wat ik voor de toekomst wil: een eigen danspaleis. Als we dat eenmaal voor elkaar hebben, dan is het echt helemaal af. Kunnen we tot ons pensioen salsales geven. En daarna ook nog, trouwens…”

Bron: Amigoe

 
Alle rechten voorbehouden. Dance Company Salsipuedes©